Arthur Japin – Honden voor het leven

Arthur Japin – Honden voor het leven. Zelf heb ik er drie, dus dit boek kon niet ongelezen blijven. Lekker ontspannen! Lees snel meer over dit schattige boek.

Schrijver

Arthur Japin is een Nederlandse schrijver en acteur, geboren in 1956 te Haarlem. Veel van zijn boeken hebben een historische figuur als hoofdpersoon. Zijn eerste roman was De zwarte met het witte hart. Met het boek Een schitterend gebrek won hij in 2004 de Libris Literatuur Prijs. Zijn schrijfstijl kenmerkt zich door veel verbeeldingskracht, mooie, goedlopende zinnen met een eigen ritme en melodie, bijna poëtisch, met gevoel voor drama en humor. Gaandeweg het verhaal ontrafelt hij de persoonlijkheid van zijn personages en weet hij door treffende beelden de lezer mee te voeren in hun gedachten en avonturen.

Waar gaat het over

Honden voor het leven gaat over drie honden: Kellie, Trip en Basso.

Kellie

Kellie, een Schotse collie, is de eerste hond die de hoofdpersoon als kind krijgt, in de tijd dat Lassie op tv heel populair was en veel kinderen zo’n hond wilden. De verteller groeit op als enig kind, op school heeft hij geen vrienden en hij wordt gepest. Door Kellie ervaart hij hoe het is om je vertrouwd te voelen met iemand en gesteund, dat je met z’n tweeën de hele wereld aankan. Kellie is als een vriend die je begrijpt, óók als je iets fout doet of iets niet kunt. Kellies verhaal is echter heel kort. De vader kocht deze hond bij een broodfokker, het beestje werd niet oud. Achteraf geeft de jongen zichzelf de schuld: “Het is nooit een goed idee hetzelfde te willen wat iedereen wil.”

Trip

Trip, de tweede hond was de zieligste hond uit het asiel, een lelijkerd, een misbaksel. De hoofdpersoon weet meteen: “Die wil ik.” Trip wordt zijn leermeester en hartsvriend. Hij komt voor de jongen op en troost hem. Hij leert hem hoe hij mensen moet lezen, bijvoorbeeld zijn ouders. Trip en de jongen voelen het aan als er onheil dreigt. Door allerlei afleidingsmanoeuvres weten ze vele ruzies tussen zijn ouders te voorkomen. Trip leert de jongen dat je moet afgaan op je intuïtie en dat je beter je hart dan je hoofd kunt volgen. De hond is minstens zeventien jaar geworden. “Ik vermoed dat hij zo lang bij mij bleef omdat hij eerst zeker wilde weten dat ik ná hem niet in verkeerde handen zou vallen”.

Basso

Basso is de derde hond. Door de corona-pandemie hebben de hoofdpersoon en zijn twee levensgezellen geen excuses meer om geen hond te nemen: ze konden niet meer op reis en hadden alle tijd voor een pup. Basso is alleen maar vrolijkheid, dartelen en hoop. Het is een Italiaanse waterhond die eigenlijk niet van water houdt, want als het regent plast hij liever binnen. De verteller heeft hem als pup van 8 weken gekregen en de eerste dagen moest hij telkens huilen: van blijdschap en ontroering, maar ook omdat het gedaan was met de rust. Ze verhuizen naar Frankrijk en gaan wonen in een bosrijk gebied waar Basso hele tochten maakt. De hoofdpersoon voelt zich gelukkig en straalt als hij zijn vrienden Lex en Ben met Basso in de weer ziet. “Ik ben blij omdat het is zoals het altijd heeft moeten zijn.”

Wat vind ik van het boek?

Japin heeft een prachtig autobiografisch boekje geschreven over het leven van en met zijn honden. Het verhaal is ontroerend en triest. Maar het is ook grappig, optimistisch en troostrijk. Verder is het verhaal doorspekt met wijze levenslessen voor jong en oud:

  • Als je gepest wordt, houd moed en blijf sterk, blijf geloven in jezelf, later kun je alle vrienden en vriendinnen krijgen die je hebben wilt en een leven dat je zelf kiest.
  • Als je de werkelijkheid even niet aankunt, kijk de andere kant op, naar iets moois, wat iemand uit zijn fantasie voor jou tevoorschijn heeft getoverd, naar kunst.
  • Hoe meer iemand zichzelf durft te zijn, hoe mooier hij of zij wordt.
  • Huilen is gezond. Het is een bewijs van durf en niet van zwakte. Het is een teken dat je jezelf bent.

De verteller van het verhaal richt zich rechtstreeks tot de lezer. Door het eenvoudige taalgebruik en de korte zinnen lijkt het alsof hij tegen een kind spreekt, zoals meteen al blijkt uit de eerste alinea van het boekje: “Ik wil het even met je over honden hebben. Misschien heb jij zelf geen hond, maar een kat of een konijn. Daar kunnen we het ook een keer over hebben, maar dan moet jij alles over hen aan mij vertellen. Van katten en konijnen heb ik namelijk niet zoveel verstand.”

Japin gebruikt eenvoudige zinnen, zeker niet simpel, maar weloverwogen en mooi: “Mijn vader paste niet in dit leven”.

Als hondenliefhebber en -bezitter herken ik veel in dit verhaal, vooral de vreugde en onvoorwaardelijke liefde die honden je brengen. Aan het einde schrijft Japin het volgende: “En kun je niet verwoorden hoe gelukkig je van iemand wordt, dan is dat helemaal niet erg. Voor sommige dingen zijn nu eenmaal geen woorden. Vaak zijn dát de meest veelzeggende. Vraag maar aan de eerste de beste hond. Die kan je dat vertellen.”

De kracht van Japin is dat hij juist wél de woorden weet te vinden om te vertellen wat zijn honden voor hem betekenen en de liefde te beschrijven die hij voor hen voelt.

Tot slot

Arthur Japin – Honden voor het leven Met illustraties van Martijn van der Linden
Uitgeverij Mozaïek, Utrecht
Eerste druk 2021
81 pagina`s
Dit boek is o.a. verkrijgbaar bij Bookspot

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.